Topsportexpert Hans Gootjes aan het woord over de Olympische Winterspelen 2018

Topsport Flevoland.nl - Foto Olympisch team.JPG

De Olympische Winterspelen 2018 worden gehouden in Pyeongchang. Vanaf deze week een aantal Flevolandse experts aan het woord met o.a. voorspellingen en tips waar wij als kijkers op kunnen letten. Vandaag aan het woord Hans Gootjes, topsportexpert en voormalig directeur van onder andere de KNSB en de KNGU. Zelf een fervent hardloper en fanatiek basketballer.

Heb je de openingsceremonie gezien? Wat vond je ervan? 

De openingsceremonie heb ik met een schuin oog gevolgd. In Londen (2012) en Rio (2016) heb ik in mijn rol als topsportdirecteur en teammanager van turnbond KNGU zelf mogen ervaren hoe het voelt om met de Nederlandse delegatie het stadion binnen te lopen: een kippenvelmoment. De opening van de Winterspelen in PyeongChang vond ik strak geregisseerd, innovatief en sfeervol; mooi om te zien.

Hoe bereiden topsporters zich voor op de Olympische winterspelen? 

In aanloop naar de Spelen wordt enorm veel trainingsarbeid verricht, zowel op het ijs als daarbuiten in de vorm van krachttraining, fietsen, etc. Naast het rijden van internationale wedstrijden (o.a. World Cups) vindt een deel van de voorbereiding plaats tijdens trainingskampen. Een favoriete plek is de in de Italiaanse Alpen gelegen ijsbaan van Collalbo. In de week van de aanloop naar de dag van de wedstrijd zie je dat schaatsers ‘gas terugnemen’; dat heet tapering, de laatste fase van de periodisering, zodanig dat je op het juiste moment kunt pieken. Alle noodzakelijke trainingsarbeid is dan achter de rug en de focus ligt op uitgerust aan de start komen.

Schaatsen is voor de Nederlanders de grootste sport met de meeste medaille kansen. Hoe zie jij, in de toekomst de kansen voor Nederland in de andere Olympische wintersporten? 

Aan de ontwikkeling van de discipline shorttrack is te zien dat gerichte investering in een topsportprogramma kan leiden tot aansluiting bij de wereldtop. Zelf was ik in 2006 – in mijn toenmalige rol als directeur topsport van de KNSB, samen met de huidige technisch directeur Arie Koops – initiatiefnemer voor de start van het Nationaal Trainingscentrum Shorttrack in Heerenveen. Toppers als Jorien ter Mors en Sjinkie Knegt waren in die tijd al actief als talentvolle junioren, maar hun echte doorbraak kwam pas jaren later.

Het ontbreken van bergen en sneeuwzekere winters maakt het voor Nederlandse sporters in de meeste disciplines op de Olympische Winterspelen een stuk lastiger om te concurreren met de buitenlandse top. De prachtige prestaties van Nicolien Sauerbreij in Vancouver (2010) en Bibian Mentel (op de Paralympics in Sotsji) zijn tot nu toe uitzonderingen bij het winnen van medailles in de sneeuw. Toch is het niet uitgesloten dat in andere wintersporten ook toekomstig succes voor Nederland is weggelegd. De sporten die op het eerste gezicht het meest kansrijk lijken, zijn ijshockey en bobsleeën. Nederlanders kunnen goed schaatsen, goed hockeyen en zijn goed in teamsporten. Bij bobsleeën is het een kwestie van goed materiaal, talent, stuurmanskunst en een hoge startsnelheid. Wie had gedacht dat we in de Formule 1 ooit een rijder van wereldformaat zouden hebben?

Wanneer verwacht je dat Nederlanders voor de medailles kunnen gaan in die andere sporten? 

Het shorttrackprogramma is het bewijs dat het mogelijk is om met een professionele aanpak in acht jaar tijd de kloof naar de wereldtop te dichten. Een incidentele medaille uitgezonderd – zoals bij het snowboarden op de Winterspelen in 2010 – is duurzaam bouwen aan een topsportprogramma de sleutel voor toekomstig succes. Het vizier op 2026 lijkt in dat geval realistisch, op voorwaarde dat dagelijks gewerkt wordt aan de voor topsport noodzakelijke randvoorwaarden. Zoals voormalig Chef de Mission Charles van Commenée het ooit verwoordde: ‘The Olympics are not once every four year, they are every day.’

Welke Flevolandse talenten hoop jij bij de volgende Olympische winterspelen in actie te zien?

Sinds mijn vertrek bij de KNSB in 2008 volg ik het schaatsen niet meer op de voet, waardoor ik geen goed beeld heb van de potentie van Flevolandse talenten op het ijs. Dat geldt zeker voor de andere takken van sport die tijdens de Olympische Winterspelen plaatsvinden. Ik moet het antwoord dus schuldig blijven.

Wat vind jij dat de lezers zeker nog moeten weten over de Olympische Winterspelen?

Opvallend bij de recordmedailleoogst voor Nederland bij de Winterspelen in Sotsji (24) is dat drie van de gouden medaillewinnaars op de langebaan een achtergrond hebben in een andere discipline, te weten: Jorrit Bergsma (goud op de 10 km, van oorsprong een marathonschaatser), Michel Mulder (goud op de 500 m, een inline-skater) en Jorien ter Mors (goud op de 1.5oo m, ook uitkomend in het shorttracktoernooi). Evenals bij atletiek waar je als meerkamper wordt opgeleid, zie je dat in het schaatsen in toenemende mate sprake is van een allround multidisciplinaire aanpak.